NL
Die avond regende het al uren. De regen sloeg tegen de ramen van het hostel en de geur van natte jassen

Ik woon al achttien jaar op de begane grond van een portiekflat aan de Walstraat in Deventer.

Het was Rubens hand op mijn pols die me tegenhield, niet zijn woorden. ‘Mam, nu.’ Achter hem joelde de tent.

In mijn hand lag een klein, crèmekleurig leren hoesje voor een hotelsleutelkaart — leeg, maar doordrenkt

Ik zag hem voor het eerst op een dinsdagavond. Mijn dienst in het UMC Utrecht was uitgelopen, een spoedopname

Het was een gure ochtend eind april. Ik stond in het mulle zand bij paal 21, de afstandsbediening van

Ik werk al zeventien jaar als verpleegkundige op de afdeling neonatologie van het UMC Utrecht.

Ik was uitgenodigd omdat ik al dertig jaar naast Henk en zijn dochter Fleur woonde. Een vriendelijke

Ik stond met mijn rug tegen de muur van de lift, de zoveelste vibratie van mijn telefoon in mijn binnenzak negerend.

“Zaterdag hou je me niet aan het lijntje. Ik heb een diner met een groep investeerders en ik wil geen










