NL
De sleutels lagen op het aanrecht tussen een aangekoekte koffiekop en een halflege fles cola zero.

Het huis aan de Obrechtstraat rook altijd naar lavendel. Niet omdat het er zo knus was, maar omdat mijn

De regen kletterde tegen het keukenraam van hun appartement in Utrecht. Liese schepte de stamppot op

De champagne stond overal. Het restaurant op de negende verdieping van Hotel De L’Europe fonkelde onder

De veertiende oppas vertrok huilend uit het penthouse aan de Keizersgracht. Het was een grijze dinsdag

Ik begreep er niets van. Mijn moeder Lenie had altijd een kaal huis. De koelkast zo leeg dat je de achterwand kon zien.

Het miezerde die ochtend pijpenstelen op de Albert Cuypmarkt. Ik stond zoals altijd met mijn karretje

Gijs stond met zijn koffie op de stoeprand en tuurde naar de klimop onder het keukenraam. “Hanneke, er

Niet op bezoek. Niet voor koffie. Ze stond er zoals een projectontwikkelaar voor een oud pand staat —

Ik herkende haar meteen toen ze de spreekkamer binnenkwam. Dezelfde smalle schouders, dezelfde ernstige










